De provincie Noord-Holland heeft een ‘Verkenner warmte’ aangesteld die onderzoek gaat doen naar warmtenetten.
Deze verkenner gaat in gesprek met belangrijke partijen om de voor- en nadelen voor een regionaal publiek warmtebedrijf in kaart te brengen.
Daarnaast wordt onderzocht waar de vraag naar warmte een warmtenet mogelijk maakt en kijkt de provincie hoe leidingen voor het transport van warmte betaald moeten worden.
CO2-besparing
Warmtenetten zijn één van de drie oplossingen voor CO2-besparing bij gebouwen. Door aan te sluiten op een warmtenet kunnen gebouwen van het gas af. Ook de glastuinbouw of bedrijven kunnen aangesloten worden op een warmtenet.
Publieke warmtenetten dragen bij aan een betere benutting van duurzame warmtebronnen, zoals restwarmte en aardwarmte, en spelen op die manier een belangrijke rol in de weg naar een klimaatneutrale provincie in 2050.
Investeringsrisico’s verminderen
Uit eerder onderzoek in 2024 zijn 4 strategieën gekomen waarmee de provincie de warmtetransitie kan ondersteunen. Noord-Holland wil onder meer de organisatiekracht van gemeenten versterken met kennis en expertise, en hen helpen bij de mogelijke vorming van een regionaal warmte-bedrijf.
Een financieel instrument moet de investeringsrisico’s in warmtetransportnetten verminderen. In welke vorm moet uit de onderzoeken naar voren komen.
Verder worden er warmteclusters benoemd. Dat zijn gebieden waar financiële ondersteuning van het Rijk nodig is omdat de aanleg in bepaalde gebieden duurder is dan er terugverdiend kan worden.
Regionale samenwerking
Door regionaal samen te werken kunnen warmteprojecten sneller en efficiënter worden ontwikkeld. De provincie onderzoekt daarom samenwerkingsmogelijkheden met publieke partners.
Netbeheerder Alliander, Energie Beheer Nederland (EBN) en HVC, een publiek energie- en afvalbedrijf van 52 gemeentes en 8 waterschappen komen daarvoor in aanmerking.
Advies en besluitvorming
In het najaar van 2025 zijn de resultaten van beide onderzoeken bekend. De verkenner levert in het voorjaar 2026 een advies dat moet leiden tot besluitvorming over een mogelijke concrete samenwerking met andere partijen.