Begin 2025 woonden 5,7 miljoen mensen van 18 jaar of ouder zonder een partner. Daarvan woont het grootste deel, 4,4 miljoen alleen en zijn 627 duizend mensen alleenstaande ouder. Daarnaast woont een deel nog bij de ouders.
Wonen zonder een partner betekent niet dat mensen geen relatie hebben en dus single zijn. In 2025 woonde 60 procent samen met een partner terwijl 30 procent aangeeft geen vaste partner te hebben. Daarnaast heeft 10 procent wel een vaste partner waarmee men niet samenwoont. Zij hebben een latrelatie (living apart together).
Jongeren vaak single
Jongeren onder de 25 jaar wonen nog niet zo vaak samen (8 procent) en zijn relatief vaak nog single (62 procent) of hebben een latrelatie (29 procent).
Boven de 25 jaar forse toename
Tussen de 25 en 35 jaar neemt het aandeel samenwoners fors toe. Iets meer dan de helft woont samen met een partner en 13 procent heeft een latrelatie. Tussen de 35 en 75 jaar neemt het aandeel dat samenwoont met een partner verder toe naar zo’n 70 procent.
Veel 75-plussers alleen
Van de 75-plussers woont ongeveer 42 procent alleen en heeft geen vaste partner. Dat is vooral het gevolg van het overlijden van de partner. Zo’n 3 procent van de 75-plussers heeft wel een vaste partner maar woont daar niet mee samen. Iets meer dan de helft van de 75-plussers woont samen met hun partner.
Levensgeluk
Vrouwen zijn iets vaker single (32 procent) dan mannen (28 procent). Mannen en vrouwen hebben wel even vaak een latrelatie. Singles zijn gemiddeld minder gelukkig dan mensen die een latrelatie hebben.
Mensen die samenwonen met een partner zijn weer gelukkiger dan singles en degenen die latten. Single vrouwen zijn vaker gelukkig (82 procent) dan single mannen (76 procent).
Bron: CBS

Comments are closed.